Uitspraak
de bewindvoerder,
Enter,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
grieven 1 en 2heeft aangevoerd, en voorts van de feiten die in hoger beroep als onweersproken zijn komen vast te staan.
(…)
PV: Persoonlijke verzorging € 3.963,66
BG-IND: Begeleiding individueel € 20.156,78
BG-GRP: Begeleiding in groepsverband € 10.833,71
Kortdurend Verblijf € 9.407,68
4. Werkzaamheden
5.Looptijd van de zorgovereenkomst
7.Vergoeding
Soort van hulpverlening: 24-uur zorg ZZP 5C
7.DAGBESTEDING
op een zinvolle manier in. Dagelijks gemiddeld
Bij het ontvangen van een PGB horen diverse verplichtingen. Volgens de regelgeving is de
(…)
Zorgovereenkomst
Verleende zorg
Uit de facturen volgt dat de gefactureerde bedragen zien op begeleid wonen en dagbesteding. Op grond van artikel 2.6.9 lid 1 sub c onder 2 Rsa dient een factuur in ieder geval een overzicht te bevatten van de dagen waarop zorg is verleend, het uurtarief en het aantal te betalen uren. De facturen van Enter bevatten niet een dergelijk overzicht. Aldus is er niet voldaan aan de verplichting om gespecificeerde facturen bij te houden.
(…)
Uit de gespecificeerde facturen volgt allereerst dat er een tarief per uur is opgenomen. Dit tarief is niet
(…)
Op grond van het bovenstaande concluderen wij dat budgethouder niet heeft voldaan aan de
Bovendien zijn niet alle facturen van Enter betaald en is het betaalde bedrag niet gespecificeerd.
(…)"
4.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
5.De beoordeling van de (overige) grieven en de vordering
[B] beschikte over een zogenoemd persoonsgebonden budget (PGB). Enter heeft zorg verleend aan [B] en heeft daarvoor zorgkosten in rekening gebracht. Het Zorgkantoor heeft geoordeeld dat de door Enter gefactureerde zorgkosten om diverse redenen niet uit het PGB betaald mogen worden. De bewindvoerder stelt zich in deze procedure op het standpunt dat de zorgovereenkomst mede de verplichting voor Enter omvatte om als goed opdrachtnemer ervoor te zorgen dat de door haar verleende zorg voldeed aan de voorwaarden voor het PGB. Daartoe diende de verleende zorg aangemerkt te kunnen worden als zorg in de zin van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ-zorg). Uit de beslissing op bezwaar van het Zorgkantoor d.d. 9 februari 2016 blijkt dat de door Enter geleverde zorg volgens het Zorgkantoor alleen bestaan heeft uit individuele begeleiding en persoonlijke verzorging. Voor wat betreft de individuele begeleiding heeft het Zorgkantoor geoordeeld dat die zorg niet is aan te merken als AWBZ-zorg, zodat deze kosten niet zijn goedgekeurd. Voor wat betreft de persoonlijke verzorging heeft Enter geen kosten in rekening gebracht. Dat voor persoonlijke verzorging kosten in rekening zijn gebracht, blijkt volgens het Zorgkantoor althans niet uit haar facturen, zodat ook deze kosten niet zijn goedgekeurd. [B] stelt dat Enter hierdoor is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de zorgovereenkomst.
Voorts stelt [B] dat Enter is tekortgeschoten doordat zij - anders dan was overeengekomen - (1) geen dagbesteding heeft geboden, (2) geen goede, vakkundige zorg heeft verleend, (3) de ouders van [B] niet tijdig heeft geïnformeerd over de situatie van hun zoon, (4) de zorgovereenkomst pas na het verlenen van de zorg heeft opgesteld, (5) onvoldoende gespecificeerde facturen heeft verstrekt, en (6) geen zorgplan/plan van aanpak heeft opgesteld.
[B] heeft onweersproken gesteld dat Enter bij de aanvang van de zorgverlening wist dat het de bedoeling was dat de zorgkosten uit het aan [B] toe te kennen PGB 2012 voldaan konden worden (vergelijk de conclusie van antwoord onder 14 en 27, de conclusie van dupliek in conventie onder 3 en de memorie van grieven onder 9, 10 en 14). Daartoe heeft Enter ook - achteraf - een (standaard)zorgcontract ingevuld dat was afgestemd op het toegekende PGB. Als uitgangspunt heeft te gelden dat Enter als professionele zorginstelling geacht moet worden op de hoogte te zijn van de regelgeving met betrekking tot de financiering van zorg uit een PGB. De verplichting om de zorg van een goed opdrachtnemer in acht te nemen (artikel 7:401 BW Pro) omvatte voor Enter tevens de verantwoordelijkheid om ervoor zorg te dragen dat aan deze regelgeving zou worden voldaan. Weliswaar heeft de PGB-houder in deze ook een eigen verantwoordelijkheid, maar in de verhouding tot Enter dient(en) (de ouders van) [B] wat dit betreft als consument(en) te worden aangemerkt.
5.4. Uit de beschikking op bezwaar (zie hiervoor onder 3.16) blijkt onmiskenbaar dat de reden voor afkeuring door het Zorgkantoor van de zorgkosten van Enter ad in totaal € 12.349,50 is gelegen in het (in meerdere opzichten) niet voldoen aan deze regelgeving.
- door in het zorgcontract niet in te vullen of zij een variabel of vast aantal uren zorg per maand verleent, terwijl zij wel een vast bedrag per maand heeft gefactureerd;
- door haar facturen niet dan wel onvoldoende te specificeren;
- door in haar oorspronkelijke facturen ten onrechte te vermelden dat de zorg dagbesteding omvatte;
- door in haar nader gespecificeerde facturen het aantal uren geleverde zorg en een uurtarief te vermelden, terwijl in het zorgcontract geen uurtarief was vermeld.
[B] lijkt weliswaar in eerste aanleg in conventie een beroep te hebben gedaan op
gedeeltelijkeontbinding van de overeenkomst en heeft het slagen van dit beroep als voorwaarde voor de reconventie geformuleerd (zie de conclusie van antwoord in conventie, tevens voorwaardelijke conclusie van eis in reconventie onder 23 en 37 e.v.), maar het hof leest in zijn stellingen, in onderlinge samenhang bezien, dat hij in feite algehele ontbinding van de overeenkomst nastreeft. Hij betoogt immers in de (voorwaardelijke) reconventie dat het reeds door hem betaalde bedrag ad € 5.981,60 mogelijk geheel of gedeeltelijk is betaald voor niet verleende zorg en derhalve "onverschuldigd" is betaald, en vordert uit dien hoofde terugbetaling van dit bedrag. In hoger beroep is die eis gehandhaafd.
eontbinding van de overeenkomst brengt mee dat Enter zal worden veroordeeld tot terugbetaling van het door [B] reeds betaalde bedrag van € 5.981,60.
€ 750,-(2 punten x € 250,- in conventie en 0,5 x 2 punten x € 250,- in reconventie)
€ 311,-
€ 894,-(1 punt x tarief II à € 894,-)