Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder heeft hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Overijssel waarin de uithuisplaatsing van haar kinderen naar de vader werd toegestaan en uitvoerbaar bij voorraad werd verklaard. Het hof heeft het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad behandeld en daarbij de belangen van de kinderen en de betrokken partijen afgewogen.
De kinderen zijn sinds juni 2015 onder toezicht gesteld en de ondertoezichtstelling is meerdere malen verlengd. De GI had op 3 augustus 2017 besloten dat de kinderen, die voor het reguliere omgangsverblijf bij de vader waren, niet meer terug zouden keren naar de moeder. Deze beslissing werd genomen terwijl het verzoek tot schorsing bij het hof al was ingediend.
Het hof oordeelt dat de wijze en het tijdstip van de uithuisplaatsing niet in het belang van de kinderen is, mede vanwege het loyaliteitsconflict en de onzekerheid over de opvoedsituatie bij de vader. Het belang van de kinderen bij schorsing weegt zwaarder dan het belang van de GI bij voortzetting van de tenuitvoerlegging. Daarom wordt de beschikking van 20 juli 2017 geschorst en zullen de kinderen terugkeren naar de moeder totdat het beroep inhoudelijk is behandeld.
Uitkomst: Het hof schorst de uitvoerbaarheid bij voorraad van de uithuisplaatsing en beveelt terugkeer van de kinderen naar de moeder.