ECLI:NL:GHARL:2017:7588
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over kwalificatie rechtsverhouding als arbeidsovereenkomst of opdracht en afwijzing herstel arbeidsovereenkomst
In deze arbeidsrechtelijke procedure stond centraal of de relatie tussen appellant en geïntimeerde gekwalificeerd moest worden als een arbeidsovereenkomst of als een overeenkomst van opdracht. Appellant vorderde primair herstel van de arbeidsovereenkomst en doorbetaling van loon, subsidiair betaling van transitie- en billijke vergoeding.
De feiten betroffen een promovenda die scriptiebegeleiding verrichtte voor geïntimeerde, waarbij het hof oordeelde dat appellant niet verplicht was een minimum aantal scripties te begeleiden en vrij was haar werkzaamheden in te richten. Het hof stelde vast dat het rechtsvermoeden van artikel 7:610a BW was weerlegd door geïntimeerde.
De grieven van appellant, waaronder dat zij niet vrij was haar werkzaamheden te weigeren en dat sprake was van een gezagsverhouding, werden verworpen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde appellant in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat geen arbeidsovereenkomst bestond en wijst het verzoek tot herstel en betaling van loon af.