Uitspraak
kantoorhoudende te [C] .
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep van betrokkene tegen een snelheidsovertreding ongegrond verklaarde. De kantonrechter had erkend dat de officier van justitie het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk had verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden, maar liet de beslissing in stand.
De gemachtigde van betrokkene toonde aan dat de beroepsgronden tijdig per fax waren ingediend, ondersteund door een faxverzendbewijs. Het hof oordeelde dat de officier van justitie het beroep onterecht niet-ontvankelijk had verklaard en vernietigde deze beslissing evenals die van de kantonrechter.
Vervolgens beoordeelde het hof de inhoudelijke bezwaren tegen de snelheidsovertreding. De betrokkene ontkende te hard te hebben gereden en betwistte de juistheid van de meting vanwege vermeende niet-geijkte camera. Het hof stelde vast dat de meeteenheid en camera als een geijkte set functioneren en dat de NMi-verklaring bevestigt dat het meetmiddel voldeed aan de eisen.
De enkele ontkenning van betrokkene was onvoldoende om twijfel te zaaien over de betrouwbaarheid van de meting. Het hof verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde de advocaat-generaal tot vergoeding van proceskosten van €735,- voor de door betrokkene gemaakte kosten van rechtsbijstand.
Uitkomst: Het beroep tegen de snelheidsovertreding wordt ongegrond verklaard en de proceskosten worden aan betrokkene vergoed.