ECLI:NL:GHARL:2017:6315
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging erkenning vaderschap wegens ontbreken biologische afstamming
In deze zaak staat de erkenning van het vaderschap van verzoeker door verweerder centraal. Verweerder heeft verzocht om vernietiging van deze erkenning omdat hij niet de biologische vader is. De moeder en verweerder hadden een relatie van circa 12 tot 14 maanden, waarin verweerder verzoeker erkende. De rechtbank heeft de erkenning vernietigd, en het hof bevestigt dit oordeel.
Het hof overweegt dat het belang van het kind bij duidelijkheid over zijn afstamming zwaarwegend is. Niet in geschil is dat de biologische vader vermoedelijk een ander is, en het kind weet hiervan. Er is contact tussen het kind en de biologische vader en diens familie. De moeder stelt dat vernietiging de ontwikkeling van het kind kan schaden, maar het hof acht dit niet aannemelijk. Er is sinds het beëindigen van de relatie geen contact meer tussen verweerder en het kind.
De bijzondere curator en de raad voor de kinderbescherming adviseren eveneens vernietiging van de erkenning. Het hof oordeelt dat het ontbreken van een gesprek met het kind in het onderzoek niet leidt tot onzorgvuldigheid. De moeder is niet ontvankelijk in haar hoger beroep voor zover zij namens het kind optreedt. Het hof bekrachtigt de vernietiging van de erkenning en wijst de overige verzoeken af.
Uitkomst: De erkenning van het vaderschap door verweerder wordt vernietigd en de moeder is niet-ontvankelijk voor zover zij namens het kind optreedt.