Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland inzake de omgangsregeling tussen een vader en zijn twee uit huis geplaatste minderjarige kinderen. De kinderen zijn sinds juli 2015 onder toezicht gesteld en wonen bij pleegouders. De vader verzocht om uitbreiding van de omgangsregeling naar ieder weekend van vrijdag 17.00 uur tot zondag 17.00 uur, hetgeen door de rechtbank werd afgewezen.
Het hof oordeelt dat de bevoegdheid van de gecertificeerde instelling (GI) om contact te beperken op grond van artikel 1:265f lid 1 BW geldt en dat het verzoek van de vader moet worden beoordeeld aan de hand van dit artikel. De GI heeft de omgangsregeling geleidelijk uitgebreid op basis van een deskundigenadvies, waarbij rekening is gehouden met de hechtingsproblematiek en traumagerelateerde problematiek van de kinderen.
Hoewel de vader een snellere uitbreiding wenst, acht het hof het in het belang van de kinderen om de huidige regeling van twee uur per twee weken voort te zetten, mede gezien de geplande verhuizing naar een gezinshuis. Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking en wijst het verzoek tot uitbreiding af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek tot uitbreiding van de omgangsregeling af.