Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het geschil betreft de beëindiging van het gezamenlijk gezag over twee minderjarige kinderen en de toekenning van het eenhoofdig gezag aan de vader. De rechtbank had het verzoek van de vader daartoe afgewezen, maar het hof vernietigt deze beschikking en wijzigt de eerdere beschikking waarbij gezamenlijk gezag was toegekend.
De vader en moeder zijn de ouders van twee kinderen geboren in 2001 en 2003. Na hun scheiding in 2006 woonden de kinderen aanvankelijk bij de moeder, later bij de vader. In 2014 kregen zij gezamenlijk gezag. Sindsdien is het contact tussen moeder en kinderen feitelijk afwezig, ondanks pogingen tijdens een ondertoezichtstelling. De kinderen, inmiddels 14 en 16 jaar, wensen geen contact meer met de moeder en willen dat het gezag alleen aan de vader wordt toegekend.
Het hof oordeelt dat de omstandigheden zodanig zijn gewijzigd dat het gezamenlijk gezag beëindigd moet worden en het gezag aan de vader moet worden toegekend. Dit is in het belang van de kinderen en brengt de juridische situatie in overeenstemming met de feitelijke situatie. De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en het eenhoofdig gezag aan de vader toegekend.
Uitkomst: Het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en het eenhoofdig gezag wordt aan de vader toegekend.