Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende is eigenaar van een woning aan een adres te Z waarvan de WOZ-waarde per 1 januari 2014 door de heffingsambtenaar is vastgesteld op €383.000. Belanghebbende betwist deze waarde en stelt dat de juiste waarde €361.000 bedraagt, gebaseerd op taxatierapporten en referentieobjecten waaronder een nagenoeg identiek buurpand.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Tijdens de zitting op 12 mei 2017 werd het geschil inhoudelijk behandeld. Het hof beoordeelde de referentieobjecten van beide partijen en concludeerde dat enkele referentieobjecten niet geschikt waren vanwege betere onderhoudstoestand of andere omstandigheden.
Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar zijn bewijslast niet had voldaan, met name omdat de gehanteerde waardestijging tussen 2013 en 2014 niet aannemelijk was gemaakt. Het hof achtte het buurpand als bruikbaar referentieobject en stelde vast dat de door belanghebbende voorgestelde waarde van €361.000 aannemelijk was. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de waarde en aanslag OZB werden verminderd en de heffingsambtenaar werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het gerechtshof stelde de WOZ-waarde van de woning vast op €361.000 en vernietigde de eerdere beschikking.