Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
13 juni 2017
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende was het niet eens met een informatiebeschikking van de Inspecteur inzake de jaren 2010 en 2011 en kwam hiertegen in bezwaar en beroep. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de informatiebeschikking verviel door het vaststellen van navorderingsaanslagen. Belanghebbende stelde dat het beroep tijdig was ingediend, maar het Hof oordeelde dat de Inspecteur niet aannemelijk had gemaakt dat de uitspraak op bezwaar tijdig en correct was verzonden, waardoor de beroepstermijn pas later begon.
Het Hof bevestigde dat de informatiebeschikking vervalt zodra de aanslagen zijn vastgesteld, waardoor het belang in de zaak is komen te vervallen. Daarom had de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk moeten verklaren, maar de gronden van de rechtbank bleven juist. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Daarnaast werd de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende en tot vergoeding van het betaalde griffierecht. De uitspraak werd gedaan door het Hof in Leeuwarden op 13 juni 2017 en is openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de Inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten en vergoeding van griffierecht.