Uitspraak
[appellant],
Nijestee,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
De beoordeling van de grieven en de vordering
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak vordert appellant vernietiging van het vonnis waarbij de ontruiming van zijn woning uitvoerbaar bij voorraad werd verklaard. De ontruiming heeft inmiddels plaatsgevonden. Appellant voert aan dat hij de achterstallige huur zal betalen en dat hij onterecht niet in aanmerking is gekomen voor het Tweedekansbeleid, waardoor hij dakloos dreigt te worden.
Het hof stelt vast dat appellant in eerste aanleg in het ongelijk is gesteld en dat hij hoger beroep heeft ingesteld tegen het vonnis. Nijestee, de geïntimeerde, heeft het belang bij de uitvoerbaarheid bij voorraad gehandhaafd, omdat zij wil voorkomen dat appellant terugkeert in de woning.
Het hof overweegt dat appellant geen kennelijke juridische of feitelijke misslag heeft aangetoond in het bestreden vonnis en ook geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die een wijziging rechtvaardigen. Het voornemen van appellant om achterstallige huur te betalen, acht het hof onvoldoende.
Daarom worden de grieven van appellant verworpen en het vonnis van de voorzieningenrechter bekrachtigd. Appellant wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, die uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het ontruimingsvonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaart en veroordeelt appellant in de kosten van het hoger beroep.