Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel inzake bedreigingen en poging tot moord gepleegd in 2012. Na terugwijzing door de Hoge Raad heeft het hof de zaak opnieuw onderzocht en de bewezenverklaring bevestigd met aanvullende overwegingen over voorbedachte raad.
Het hof concludeerde dat verdachte ruim negen uur de gelegenheid had om zich te beraden op zijn daad, ondersteund door sms-doodsbedreigingen en een brief aan het slachtoffer, en dat hij niet in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling handelde. Het alibiverweer van verdachte, ondersteund door getuigenverklaringen over aanwezigheid in een café, werd verworpen wegens gebrek aan betrouwbaarheid en collusiegevaar.
De strafoplegging werd aangepast: verdachte is veroordeeld tot 6 jaar gevangenisstraf en tbs met bevel tot verpleging. Het hof matigde de straf enigszins vanwege de behandelbaarheid van de bij verdachte vastgestelde antisociale gedragsstoornis, ondanks zijn weigering tot medewerking aan onderzoek. De vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf werd afgewezen omdat de proeftijd nog niet was aangevangen.
Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank met verbeterde strafmotivering en vernietigde het deel over strafoplegging en tenuitvoerlegging voor hernieuwde beslissing. De uitspraak werd op 29 mei 2017 in openbare terechtzitting uitgesproken.