Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.De beslissing in eerste aanleg
5.De beoordeling van het hoger beroep
€ 718,--
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak stond de vraag centraal of de Nederlandse rechter bevoegd was om kennis te nemen van een geschil tussen [appellant], een Nederlandse ondernemer, en Wedo, een Duitse vennootschap, over een vordering tot betaling van een kick back vergoeding.
De rechtbank Midden-Nederland had zich eerder onbevoegd verklaard omdat de hoofdverbintenis voortvloeide uit koopovereenkomsten die levering in Duitsland betroffen, waardoor de Duitse rechter bevoegd zou zijn. Het hof onderzocht echter of de kick back vergoeding een zelfstandige verbintenis vormde, los van de koopovereenkomsten.
Uit de e-mailcorrespondentie tussen partijen bleek dat de kick back vergoeding een aparte overeenkomst betrof en niet slechts een wijze van betaling van de bestaande schuld. Het hof oordeelde dat de Nederlandse rechter bevoegd is op grond van artikel 7 lid 1 onder Pro a van de EEX-Verordening II, omdat de betaling van de kick back vergoeding in Nederland had moeten plaatsvinden.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank, wees de vordering in het incident af, verklaarde de Nederlandse rechter bevoegd en verwees de zaak terug naar de rechtbank. Tevens veroordeelde het hof Wedo in de kosten van het bevoegdheidsincident.
Uitkomst: Het hof verklaart de Nederlandse rechter bevoegd en vernietigt het vonnis van de rechtbank.