In deze zaak stond de vraag centraal of de Nederlandse rechter bevoegd was om een vordering van Zürich, een Oostenrijkse WAM-verzekeraar, tegen LAG, een Belgische opleggerproducent, te behandelen. De vordering betrof schade veroorzaakt bij het lossen van een oplegger in Nederland. Zürich had Cargill, de benadeelde, schadeloos gesteld en wilde via subrogatie verhaal nemen op LAG.
De rechtbank en het hof hadden de Nederlandse rechter onbevoegd verklaard vanwege een forumkeuzebeding in de overeenkomst tussen LAG en Poll, de verzekerde transportonderneming. Zürich stelde dat zij op grond van subrogatie in de rechten van Cargill verhaal kon nemen op LAG en dat de Nederlandse rechter bevoegd was.
De Hoge Raad oordeelde dat de subrogatie van een WAM-verzekeraar beperkt is tot de rechten van de verzekerde en niet ook de rechten van de benadeelde omvat. Hierdoor kan de verzekeraar niet in een betere positie treden dan de verzekerde. Omdat de onderlinge verhouding tussen Poll en LAG contractueel is geregeld en het forumkeuzebeding geldt, is de Belgische rechter bevoegd. Het primaire beroep van Zürich werd verworpen, het incidentele beroep gegrond verklaard, maar zonder nadere behandeling. De Hoge Raad bevestigde daarmee de bevoegdheid van de Belgische rechter en verduidelijkte de reikwijdte van subrogatie bij WAM-verzekeringen.