ECLI:NL:GHARL:2017:3035

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
6 april 2017
Publicatiedatum
10 april 2017
Zaaknummer
200.210.316/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:263 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing hoger beroep na verzoening in echtscheidingszaak

In deze civiele zaak ging het om een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland inzake de ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed. De vrouw was in hoger beroep gekomen met het verzoek om de beschikking te vernietigen, omdat partijen zich hadden verzoend.

Het hof verwijst naar de vaste jurisprudentie dat tegen een beschikking waarbij de vrouw heeft gekregen wat zij had verzocht, geen hoger beroep mogelijk is. De referteverklaring van de man, die door zijn advocaat was gecertificeerd, veranderde hier niets aan. Tevens wees het hof erop dat partijen de inschrijvingstermijn van de beschikking waartegen beroep is ingesteld, ongebruikt kunnen laten verlopen, waardoor de beschikking zijn kracht behoudt en het hoger beroep zijn doel mist.

Gelet op deze overwegingen heeft het gerechtshof het verzoek in hoger beroep afgewezen. De beschikking is uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 6 april 2017 door drie rechters van het hof.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen omdat partijen zich hebben verzoend en de inschrijvingstermijn ongebruikt is verstreken.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.210.316/01
(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland C/16/423518 / FL RK 16-1923)
beschikking van de familiekamer van 6 april 2017
inzake
[verzoekster],
wonende te [A] ,
verzoekster in hoger beroep,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. P. Veenhoven te Amsterdam,
en
[verweerder] ,
wonende te [A] ,
verweerder in hoger beroep,
hierna te noemen: de man,
geen advocaat gesteld.

1.Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, van 21 december 2016, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2.Het geding in hoger beroep

2.1
Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 22 februari 2017, is de vrouw in hoger beroep gekomen van voormelde beschikking. Zij verzoekt het hof die beschikking te vernietigen omdat partijen zich verzoend hebben.
2.2
Voorts is ter griffie van het hof binnengekomen een journaalbericht van 27 maart 2017 van mr. Veenhoven met als bijlage onder meer een referteverklaring van de man.
2.3
In genoemde referteverklaring, die gecertificeerd is door mr. Veenhoven, is tevens verzocht - naar het hof begrijpt - om het afgeven van een beschikking, zodat het hof er van uitgaat dat op een mondelinge behandeling van het beroepschrift geen prijs wordt gesteld.

3.De motivering van de beslissing

3.1
De rechtbank heeft bij de beschikking waartegen appel op verzoek van de vrouw de ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed uitgesproken.
3.2
De vrouw heeft daarmee gekregen wat zij had verzocht en kan daartegen volgens vaste jurisprudentie niet in hoger beroep opkomen. De referteverklaring van de man maakt dat niet anders.
3.3
Partijen kunnen de inschrijvingstermijn van de beschikking waartegen beroep ongebruikt laten verlopen, waardoor die beschikking zijn kracht verliest en zij bereiken wat zij thans in hoger beroep niet kunnen bereiken.
3.4
Het vorenstaande brengt met zich dat het verzoek in hoger beroep moet worden afgewezen.

4.De beslissing

Het gerechtshof:
wijst het verzoek in hoger beroep af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.D.S.L. Bosch, mr. G.M. van der Meer en mr. I.M. Dölle, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 6 april 2017 in bijzijn van de griffier.