Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Leeuwarden(hierna: de Inspecteur)
[Z](hierna: belanghebbende).
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, een BV met directeur en enig aandeelhouder [D], werd door de Inspecteur navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting opgelegd voor 2007 en 2008, met bijbehorende heffingsrente en vergrijpboetes van 100%. De Rechtbank verklaarde de navorderingsaanslagen terecht, maar vernietigde de boetebeschikkingen wegens onvoldoende bewijs van opzet.
De Inspecteur ging in hoger beroep tegen de vernietiging van de boetes en stelde dat belanghebbende opzettelijk valse facturen gebruikte van Duitse uitzendbureaus en een autoverhuurbedrijf om de belastbare winst te verlagen. Uit onderzoek door Duitse autoriteiten bleek dat facturen vals waren, handtekeningen vervalst en adressen niet bestonden. Belanghebbende heeft dit niet kunnen weerleggen.
Het Hof oordeelt dat de Inspecteur aannemelijk heeft gemaakt dat de facturen vals zijn en dat [D] hiervan op de hoogte was en deze bewust gebruikte. Het opzet van [D] wordt toegerekend aan belanghebbende. De boetes zijn daarom terecht opgelegd. Gezien de ernst van het feit is een boete van 100% passend, maar vanwege overschrijding van de redelijke termijn wordt deze met 20% verminderd tot 80%. De beslissing van de Rechtbank over griffierecht en proceskosten blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Inspecteur wordt gegrond verklaard en de boetes worden verminderd tot 80% van de nagevorderde belasting.