ECLI:NL:GHARL:2017:2803
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie: onvoldoende inzicht in draagkracht en verdiencapaciteit
Partijen hadden een affectieve relatie die in de zomer van 2014 eindigde. Zij zijn ouders van een minderjarig kind geboren in 2013. De vrouw verzocht de rechtbank om vaststelling van kinderalimentatie van €724,60 per maand, welke door de rechtbank werd toegewezen. De man voerde in hoger beroep twee grieven aan over de behoefte van het kind, zijn draagkracht en de zorgkorting.
Tijdens de procedure bleek dat de man zijn draagkracht en verdiencapaciteit onvoldoende had toegelicht. Hij overhandigde slechts enkele betaalspecificaties van een WW-uitkering zonder nadere toelichting en maakte zijn schulden en lasten niet inzichtelijk. Het hof stelde vast dat het netto besteedbaar inkomen van de man in 2014 €349 per maand bedroeg, terwijl de vrouw een netto inkomen van €1.268 had, plus een kindgebonden budget van €84,75.
Op basis van de richtlijnen en het netto gezinsinkomen berekende het hof de behoefte van het kind op €372 per maand. Gezien het gebrek aan inzicht in de draagkracht van de man en de stelling van de vrouw dat de man een netto inkomen van €2.500 kan genereren, stelde het hof de bijdrage van de man vast op €186 per maand vanaf 14 januari 2016. De kosten van de procedure werden gecompenseerd omdat partijen een relatie hadden en het ging om de bijdrage voor hun kind.
Uitkomst: De man moet vanaf 14 januari 2016 €186 per maand kinderalimentatie betalen, met compensatie van proceskosten.