Uitspraak
De Groot,
Dela,
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De verdere beoordeling van de grieven en de vordering
3.De slotsom
- Griffierecht: € 1.920,-
- Salaris advocaat:
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak staat een huurgeschil centraal tussen T&N De Groot B.V. en Dela Vastgoed B.V. Het hof bevestigt dat er op 2 augustus 2012 geen overeenstemming was over het beëindigen van de huurovereenkomst en de contractsovername aan een derde partij. De kantonrechter had de huurovereenkomst terecht ontbonden en De Groot veroordeeld tot ontruiming en betaling van achterstallige huur.
Dela stelde incidenteel beroep in tegen de afwijzing van haar vordering tot betaling van toekomstige huurpenningen tot uiterlijk 1 februari 2016, omdat de ruimte per 1 augustus 2014 opnieuw was verhuurd. De Groot betwistte dit en stelde dat Dela niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens gebrek aan onderbouwing.
Het hof oordeelde dat de incidentele grief wel degelijk besproken kon worden en dat De Groot haar stelplicht inzake schadebeperking niet had nagekomen door onvoldoende bewijs te leveren dat de ruimte eerder was verhuurd. Daarom werd het bestreden vonnis vernietigd voor zover de toekomstige huurpenningen waren afgewezen en werd De Groot veroordeeld tot betaling van huurpenningen tot 1 augustus 2014.
Verder werd De Groot veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Het hof bekrachtigde het vonnis voor het overige en wees het meer of anders gevorderde af.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis voor zover toekomstige huurpenningen zijn afgewezen en veroordeelt De Groot tot betaling van huurpenningen tot 1 augustus 2014.