ECLI:NL:GHARL:2017:2198
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Proceskostenveroordeling
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring en proceskostenveroordeling in WAHV-zaken
De betrokkene stelde beroep in tegen een administratieve sanctie van €230 wegens het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden. De kantonrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van gronden, en wees het verzoek tot proceskostenvergoeding af. Het hof oordeelt dat de gronden tijdig zijn ingediend en vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring.
Het hof stelt vast dat de officier van justitie ten onrechte heeft afgezien van het horen van betrokkene, wat een schending van de hoorplicht inhoudt. Hierdoor kan de beslissing van de officier van justitie niet in stand blijven en wordt deze vernietigd. De betrokkene ontkent de gedraging en voert aan dat hij een dictafoon vasthield, maar het hof acht de verklaring van de verbalisant overtuigend en wijst dit verweer af.
De hoogte van de sanctie wordt niet gematigd omdat geen bijzondere omstandigheden zijn gesteld. Het beroep tegen de sanctie wordt ongegrond verklaard. De door betrokkene gemaakte proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Het hof veroordeelt de advocaat-generaal tot betaling van €620 aan betrokkene. De beslissing van de kantonrechter wordt vernietigd en het beroep tegen de officier van justitie wordt gegrond verklaard.
Uitkomst: Het hof vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring en de beslissing van de officier van justitie, verklaart het beroep tegen de sanctie ongegrond en veroordeelt de advocaat-generaal tot proceskostenvergoeding van €620.