Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[appellante],
ING,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Appellante heeft een verzoek ingediend om ING te bevelen in te stemmen met een door haar voorgesteld dwangakkoord, waarbij ING slechts een beperkt deel van haar vordering zou ontvangen. De rechtbank wees dit verzoek af, waarna appellante hoger beroep instelde.
Het hof overwoog dat een schuldeiser in beginsel vrij is om medewerking aan een schuldregeling te weigeren, tenzij bijzondere omstandigheden dit onredelijk maken. Hoewel het voorstel van een onafhankelijke bewindvoerder was opgesteld en gedocumenteerd, woog het belang van ING als enige schuldeiser met een hoge vordering zwaar. Het hof stelde vast dat appellante zich in een uitzichtloze financiële situatie bevindt, maar onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het aanbod het uiterste was wat zij financieel kon opbrengen.
Het hof wees erop dat appellante onvoldoende had aangetoond zich maximaal te hebben ingespannen om haar inkomen te verhogen, mede gezien haar werkervaring en mogelijkheden. Ook was onvoldoende onderbouwd dat zij niet meer uren kon werken vanwege de zorg voor haar zoon. Het hof concludeerde dat ING in redelijkheid haar weigering tot instemming mocht handhaven.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en verwees de zaak terug voor verdere behandeling van het subsidiaire verzoek tot toelating van de wettelijke schuldsaneringsregeling. Tevens werd appellante veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bevestigt de afwijzing van het verzoek om ING te bevelen in te stemmen met het dwangakkoord en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling van het subsidiaire verzoek.