De ouders van de minderjarige zijn gescheiden en de minderjarige is sinds 2014 met een machtiging van de kinderrechter uit huis geplaatst in een gezinshuis vanwege ernstige gedragsproblemen en een onveilige thuissituatie. De moeder heeft een verstandelijke beperking en psychische problematiek gehad, maar heeft sindsdien een positieve ontwikkeling doorgemaakt en stabiliteit in haar gezin gebracht.
De raad voor de kinderbescherming verzocht om beëindiging van het gezag van de moeder en benoeming van een voogd, omdat de aanvaardbare termijn voor het dragen van opvoedingsverantwoordelijkheid door de moeder zou zijn verstreken. De moeder verzet zich hiertegen en wenst het gezag te behouden.
Het hof overweegt dat het belang van het kind voorop staat en dat de aanvaardbare termijn per geval moet worden beoordeeld. Ondanks de langdurige uithuisplaatsing is het hof van oordeel dat de termijn nog niet is verstreken, mede omdat de moeder inmiddels stabiel is en het contact met de minderjarige goed verloopt. De minderjarige zelf wil bij zijn moeder blijven wonen en heeft positieve hechtingsrelaties met haar gezin.
Het hof vernietigt de bestreden beschikking en wijst het verzoek tot gezagsbeëindiging af. Het hof draagt de raad en de gecertificeerde instelling op om nader te onderzoeken of en onder welke voorwaarden de moeder de opvoedingsverantwoordelijkheid weer kan dragen binnen een aanvaardbare termijn.
De beslissing is op 21 november 2017 in het openbaar uitgesproken door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.