Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het verweerschrift van de GI.
3.Feiten
2 mei 2018.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft het hoger beroep van ouders tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling van hun dochter, die sinds januari 2016 weer bij hen woont. De oorspronkelijke ondertoezichtstelling dateert uit mei 2012, na signalen van meervoudige problematiek binnen het gezin en de uithuisplaatsing van de kinderen in 2014.
In het hoger beroep heeft de gecertificeerde instelling (GI) geen concrete en actuele zorgen over de minderjarige of haar ouders kunnen aandragen die een voortzetting van de ondertoezichtstelling rechtvaardigen. Integendeel, er is sprake van een positieve ontwikkeling: de vader heeft werk, de moeder ontwikkelt zich positief en het gezin is geïntegreerd in een sociaal netwerk.
De raad voor de kinderbescherming beschikte niet over recente rapportages, en er waren geen signalen van school over gedragsproblemen. De gezinsvoogd bezocht het gezin nauwelijks na de terugkeer van de minderjarige. Een melding bij Veilig Thuis over vervuiling werd niet opgevolgd door de GI.
Gelet op deze feiten vernietigt het hof de beschikking tot verlenging en wijst het verzoek van de GI af, waarmee de ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt beëindigd.
Uitkomst: De verlenging van de ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt vernietigd en het verzoek tot verlenging afgewezen.