Uitspraak
[appellant],
[geïntimeerde],
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
grieven II en IIIheeft [appellant] tegen die vaststelling bezwaren geuit.
Grief IIricht zich tegen rov. 1.1 in het vonnis van 16 mei 2013, waarin de kantonrechter heeft vastgesteld dat [appellant] “tegen betaling” werkzaamheden voor [geïntimeerde] zou verrichten. Voor zover de grief ziet op de feitelijke vaststelling dat werkzaamheden tegen betaling hebben plaatsgevonden is zij vergeefs voorgesteld, omdat de werkzaamheden in feitelijke zin tegen betaling hebben plaatsgevonden. [appellant] heeft immers een vergoeding ontvangen van [geïntimeerde] voor de door hem verrichte werkzaamheden. Met betrekking tot de overige aspecten van deze grief verwijst het hof naar hetgeen hierna in rov. 5.2 en 5.3 zal worden overwogen. Met g
rief III– ten aanzien van het aantal tegels en de data waarop die zijn vervangen – heeft het hof in rov. 3.5 rekening gehouden. Met inachtneming van het voorgaande gaat het in deze zaak om het volgende.
4.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
5.De beoordeling van de grieven en de vordering
rief I stelt [appellant] aan de orde dat [geïntimeerde] een niet bestaande persoon zou zijn, omdat [appellant] slechts heeft gehandeld met [B] . De grief faalt omdat die miskent dat [B] de meisjesnaam van [geïntimeerde] is, die de naam van haar echtgenoot heeft aangenomen.
grief Vheeft betoogd. Dit betoog van [appellant] is door de kantonrechter in rov. 5 van het vonnis van 16 mei 2013 verworpen.
grief VIbezwaar gemaakt, maar blijkens de toelichting daarop ziet die grief enkel op de noodzaak om de gehele vloer te vervangen en niet op de gebreken als zodanig. Wel heeft [appellant] betwist dat deze gebreken zijn terug te voeren op een tekortkoming zijnerzijds in de nakoming van de overeenkomst. Volgens [appellant] zijn de oorzaken van de gebreken gelegen in het feit dat [geïntimeerde] te snel na het leggen ervan de vloer is gaan belasten en te snel na het leggen de vloerverwarming te hoog heeft gestookt.
8.Herstelkosten
De comparitie zal tevens worden aangewend om de mogelijkheden van een schikking tussen partijen te onderzoeken.
6.De slotsom
7.De beslissing
rolzitting van 20 december, waarna dag en uur van de comparitie (ook indien voormelde opgave van een of meer van partijen ontbreekt) door de raadsheer-commissaris zullen worden vastgesteld;