Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Midden-Nederland inzake de ontnemingsvordering na een gewapende overval op een juwelier in Kanaleneiland, Utrecht. De veroordeelde was eerder bij arrest veroordeeld voor deze overval waarbij sierraden werden buitgemaakt.
De officier van justitie vorderde een schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel van €21.750,-. Het hof stelde vast dat de winkelwaarde van de gestolen sierraden €87.000,- bedroeg. Uit verklaringen bleek dat een deel van de buit verloren was gegaan, maar het hof ging uit van een verkoopwaarde van 25% van de winkelwaarde, zijnde €21.750,-. Dit bedrag werd gelijk verdeeld tussen de twee daders, waardoor het voordeel van de veroordeelde op €10.875,- werd vastgesteld.
Het hof verwierp het verweer van de verdediging om het eigen risico van de verzekeraar van €2.500,- in mindering te brengen op het voordeel. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het hof legde de verplichting op aan de veroordeelde om dit bedrag aan de Staat te betalen. Het arrest werd uitgesproken op 5 februari 2016.