Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
1.[de moeder] ,
[de pleegouders],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft het hoger beroep van de vader tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van zijn minderjarige zoon, die sinds 2015 bij pleegouders verblijft. De vader verzet zich tegen de verlenging en stelt dat de minderjarige zo spoedig mogelijk bij hem thuis geplaatst kan worden, mede op basis van een psychiatrisch verslag dat zijn geschiktheid bevestigt.
Het hof overweegt dat de gronden voor uithuisplaatsing nog steeds aanwezig zijn, mede door een belaste voorgeschiedenis van de vader met onder meer verslaving, agressie en een onveilige opvoedingssituatie. De vader weigert medewerking aan het door de gecertificeerde instelling en Jeugdhulp Friesland gewenste psychodiagnostisch onderzoek, dat noodzakelijk wordt geacht om zijn draagkracht en persoonlijkheidsstructuur te beoordelen.
De minderjarige heeft zich bij de pleegouders gestabiliseerd en maakt goede ontwikkeling door, vooral op taalgebied. Het perspectiefonderzoek is nog niet afgerond, waardoor voortzetting van de uithuisplaatsing in het belang van continuïteit en veiligheid wordt geacht. Het hof benadrukt dat de vader zijn medewerking moet verlenen om duidelijkheid te verkrijgen over de toekomst van zijn zoon.
Gelet op deze omstandigheden bekrachtigt het hof de bestreden beschikking en verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing tot 5 september 2016. De belangen van de minderjarige en de noodzaak van een zorgvuldige aanpak prevaleren boven de wens van de vader om de plaatsing te beëindigen.
Uitkomst: De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige tot 5 september 2016 wordt bekrachtigd.