Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De motivering van de beslissing
4.De beslissing
6 september 2016;
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak betreffende personen- en familierecht heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 26 juli 2016 uitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van het hoger beroep van appellant.
Appellant had het griffierecht niet binnen de wettelijke termijn van vier weken na indiening van het beroepschrift betaald. Volgens artikel 282a lid 2 Rv leidt dit normaal gesproken tot niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep. Het hof heeft appellant echter een termijn gegeven om zich uit te laten over de ontvankelijkheid, maar ontving geen reactie.
Geïntimeerde wenste geen incidenteel appel in te stellen. Het hof paste de nieuwe landelijke beleidslijn toe, die bepaalt dat niet-ontvankelijkheid achterwege blijft als het griffierecht alsnog binnen twee weken na het verstrijken van de betalingstermijn wordt voldaan. Omdat appellant het griffierecht op 7 juni 2016 alsnog betaalde, werd het hoger beroep ontvankelijk verklaard.
Het hof verleende geïntimeerde een termijn voor het indienen van een verweerschrift en hield verdere beslissing aan. De beschikking werd uitgesproken door de voorzitter en twee raadsheren tijdens een openbare zitting.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ontvankelijk verklaard ondanks te late betaling van het griffierecht.