ECLI:NL:GHARL:2016:6124

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
23 juni 2016
Publicatiedatum
27 juli 2016
Zaaknummer
200.192.698/01, 200.192.698/02 en 200.192.698/03
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:250 BWArt. 360 lid 2 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming bijzondere curator in complexe omgangsregeling bij scheiding

In deze zaak gaat het om een geschil tussen ouders over de omgangsregeling met hun minderjarige kind, geboren in 2011. De rechtbank had een gefaseerde omgangsregeling vastgesteld waarbij de omgang geleidelijk zonder begeleiding zou plaatsvinden. De moeder stelde hoger beroep in en verzocht om schorsing van de tenuitvoerlegging, benoeming van een bijzondere curator en vernietiging van de omgangsregeling.

Het hof beoordeelde de zaak in het kader van een pilot voor complexe scheidingen, waarbij snelle en de-escalerende maatregelen worden nagestreefd. Op grond van artikel 1:250 BW Pro constateerde het hof een belangenstrijd tussen de ouders en de minderjarige. Daarom werd besloten een bijzondere curator te benoemen die de belangen van het kind zowel in als buiten rechte zal behartigen.

Mevrouw [C] werd bereid gevonden deze rol te vervullen en beide partijen gingen akkoord met haar benoeming. Het hof verzocht de bijzondere curator te onderzoeken of omgang met de vader in het belang van het kind is en zo ja, welke regeling passend is. De advocaat van de moeder moet de processtukken binnen twee weken aan de bijzondere curator verstrekken. De mondelinge behandeling van het schorsingsverzoek staat gepland op 21 juli 2016.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en betreft een tussenbeschikking in de hoofdzaak en een eindbeschikking in het verzoek tot benoeming van de bijzondere curator.

Uitkomst: Het gerechtshof benoemt een bijzondere curator voor de minderjarige en schorst de tenuitvoerlegging van de omgangsregeling totdat het hoger beroep is beslist.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummers gerechtshof 200.192.698/01, 200.192.698/02 en 200.192.698/03
(zaaknummer rechtbank C/19/107605 / FA RK 14-2886)
beschikking van 23 juni 2016
inzake
[verzoekster] ,
wonende te [A] ,
verzoekster in het hoger beroep,
verder te noemen: de moeder,
advocaat: mr. R.R.J.A. Olie-Hallmans te Meppel,
en
[verweerder],
wonende te [B] ,
verweerder in het hoger beroep,
verder te noemen: de vader,
advocaat: mr. M.C. Braak te Groningen.

1.Het geding in eerste aanleg

1.1
Bij - uitvoerbaar bij voorraad verklaarde - beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, van 20 april 2016, uitgesproken onder voormeld zaaknummer, heeft de rechtbank, voor zover thans van belang, de navolgende omgangsregeling tussen de vader en de minderjarige [de minderjarige] , geboren [in] 2011 te [B] (verder te noemen: [de minderjarige] ) vastgesteld:
Eerste acht weken
[de minderjarige] zal de eerste acht weken, startende zaterdag 30 april 2016, iedere zaterdag omgang hebben met de vader in het bijzijn van de moeder en een eventuele derde van 14:00 uur tot 16:30 uur;
Tweede acht weken
Na deze acht weken zal [de minderjarige] acht achtereenvolgende zaterdagen van 10:00 uur tot 17:00 uur in het bijzijn van de moeder en een eventuele derde omgang hebben met de vader;
Derde acht weken
Na zestien weken verblijf [de minderjarige] acht weken lang iedere zaterdag van 10:00 uur tot 17:00 uur bij de vader zonder begeleiding;
Na 24 weken
Na 24 weken verblijf [de minderjarige] voor een periode van drie maanden om de week van zaterdag 10:00 uur tot zondag 10:00 uur zonder begeleiding bij de vader;
Na de eerste drie maanden met overnachting
Na de eerste drie maanden met overnachting verblijft [de minderjarige] om de week van zaterdag 10:00 uur tot zondag 17:00 uur bij de vader;
Telefooncontact
Verder dient er wekelijks, op een vast tijdstip, een belmoment te zijn tussen de vader en [de minderjarige] .

2.Het geding in hoger beroep

2.1
Bij beroepschrift met begeleidende brief en producties, ingekomen ter griffie op 31 mei 2016, heeft de moeder het hof verzocht:
I. overeenkomstig artikel 360 lid 2 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
(Rv) de tenuitvoerlegging van de bestreden beschikking, ziende op de omgangsregeling, te schorsen totdat op het onderhavige hoger beroep zal zijn beslist;
II. over [de minderjarige] een bijzondere curator te benoemen;
III. de bestreden beschikking te vernietigen voor zover het de daarbij vastgestelde omgangsregeling betreft en opnieuw beschikkende te bepalen dat er geen contact is tussen de vader en [de minderjarige] , dan wel het contact op te schorten, althans een beslissing te nemen die het hof juist acht.
2.2
De vader is door het hof in de gelegenheid gesteld om in de zaak met zaaknummer 200.192.698/02 (schorsingsverzoek) uiterlijk op 14 juli 2016 en in de zaak met zaaknummer 200.191.204/01 uiterlijk op 5 augustus 2016 een verweerschrift in te dienen.
2.3
Het hof heeft voorts kennisgenomen van:
- een journaalbericht van mr. Braak van 15 juni 2016;
- een journaalbericht van mr. Olie-Hallmans van 16 juni 2016.

3.De motivering van de beslissing

3.1
In het kader van een pilot "complexe scheidingen" heeft een raadsheer de stukken beoordeeld in het licht van de vraag of al in dit vroege stadium van de appelprocedure op korte termijn maatregelen kunnen worden genomen die een snellere en de-escalerende afhandeling bevorderen.
3.2
Artikel 1:250 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt - voor zover hier van
belang - het volgende. Wanneer in aangelegenheden betreffende de verzorging en opvoeding van de minderjarige de belangen van de met het gezag belaste ouder(s) in strijd zijn met die van de minderjarige, kan, indien de zaak reeds aanhangig is, de desbetreffende rechter, indien dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk wordt geacht, daarbij in het bijzonder de aard van de belangenstrijd in aanmerking genomen, op verzoek van een belanghebbende of ambtshalve een bijzondere curator benoemen om de minderjarige ter zake, zowel in als buiten rechte te vertegenwoordigen.
3.3
Het hof is van oordeel dat zich in deze procedure, die zich blijkens de overgelegde stukken toespitst op de omgangsregeling tussen de vader en [de minderjarige] , een belangenstrijd in de zin van artikel 1:250 BW Pro voordoet. Het hof acht het daarom, zonder vooruit te lopen op de verdere procedure, wenselijk dat in de onderhavige zaak een bijzondere curator wordt benoemd die de belangen van [de minderjarige] in deze kan behartigen en hem zowel in als buiten rechte kan vertegenwoordigen.
3.4
Mevrouw [C] , kantoorhoudend te [D] , is bereid gevonden om in deze procedure als bijzondere curator op te treden en zal hiertoe door het hof, alvorens verder te beslissen, worden benoemd. Beide partijen hebben zich akkoord verklaard met de benoeming van mevrouw [C] tot bijzondere curator.
3.5
Het hof verzoekt de bijzondere curator om te bezien, gelet op de verzoeken die aan het hof voorliggen, of een omgangsregeling met de vader in het belang van [de minderjarige] moet worden geacht en zo ja, welke omgangsregeling in zijn belang moet worden geacht. Het hof verzoekt de bijzondere curator daarbij de Leidraad werkwijze en verslag bijzondere curatoren ex artikel 1:250 BW Pro in acht te nemen, met dien verstande dat het wenselijk zou zijn dat de bijzondere curator, indien dat op deze korte termijn mogelijk is, reeds vóór de zitting van 21 juli 2016 (behandeling schorsingsverzoek) gesprekken voert met [de minderjarige] , zodat in elk geval daarvan reeds ter zitting verslag kan worden gedaan.
3.6
Het hof verzoekt de advocaat van de moeder om zo spoedig mogelijk na de datum van deze beschikking (een afschrift van) de processtukken ter beschikking van de bijzondere curator te stellen.
3.7
Het hof roept de bijzondere curator bij deze tevens op om naar de mondelinge behandeling van het schorsingsverzoek bij het gerechtshof te komen. Deze wordt gehouden op 21 juli 2016 om 15.00 uur in het Paleis van Justitie, Wilhelminaplein 1 in Leeuwarden.
3.8
Ten overvloede overweegt het hof nog dat de benoeming van mevrouw [C] tot bijzondere curator een tussenbeschikking is in de zaken met zaaknummers 200.192.698/01 en 200.192.698/02 en (hoewel het in deze zaak feitelijk een ambtshalve benoeming door het hof betreft) een eindbeschikking in de zaak met zaaknummer 200.192.698/03 (betreffende het verzoek van de moeder tot benoeming van een bijzondere curator).

4.De beslissing

Het gerechtshof:
benoemt tot bijzondere curator over de minderjarige [de minderjarige] , geboren te [B] [in] 2011:
mevrouw [C]
[a-straat] 8
[D]
Telefoonnummer: [000000]
E-mailadres: [-----] .nl,
om in deze procedure de belangen van deze minderjarige te behartigen;
bepaalt dat de advocaat van de moeder binnen twee weken na dagtekening van deze beschikking (een afschrift van) de processtukken ter beschikking van de bijzondere curator zal stellen;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
houdt iedere verdere beslissing aan;
roept de bijzondere curator op voor de mondelinge behandeling van 21 juli 2016 om 15.00 uur in het Paleis van Justitie, Wilhelminaplein 1 in Leeuwarden.
Deze beschikking is gegeven door mrs. I.A. Vermeulen, J.G. Idsardi en M.P. den Hollander bijgestaan door mr. L.S. Veldmans als griffier, en is op 23 juni 2016 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.