Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep, verder te noemen: de man,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak stond het hoger beroep centraal tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland inzake echtscheiding en nevenvoorzieningen. De man was het niet eens met de vastgestelde bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen, de zorgverdeling en de woonrechtregeling. De rechtbank had een bijdrage van €75 per maand vastgesteld en een zorgregeling waarbij de kinderen eenmaal per veertien dagen bij de man verbleven.
Tijdens de procedure bleek dat de echtscheidingsbeschikking nog niet in de registers van de burgerlijke stand was ingeschreven, waardoor het huwelijk formeel nog niet ontbonden was. Het hof oordeelde dat de echtscheiding onherroepelijk was, maar dat de beschikking pas in kracht van gewijsde gaat nadat de appelbeschikking onherroepelijk is geworden.
Het hof stelde vast dat de vrouw geen verweer voerde tegen de grieven van de man en besloot daarom de eerdere beschikking te vernietigen. Vervolgens stelde het hof een nieuwe regeling vast waarbij de man geen bijdrage hoeft te betalen in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen, de kinderen wekelijks van donderdag tot zondag bij de man verblijven, en de man huurder wordt van de woning aan het adres.
Deze uitspraak werd gedaan door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 7 juli 2016.
Uitkomst: De eerdere beschikking wordt vernietigd en er wordt een nieuwe regeling vastgesteld waarbij de man geen bijdrage betaalt, de kinderen wekelijks bij hem verblijven en hij huurder wordt van de woning.