ECLI:NL:GHARL:2016:4744
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vervangende toestemming verhuizing en vaststelling hoofdverblijfplaats en zorgregeling minderjarige
In deze zaak gaat het om het verzoek van de moeder om vervangende toestemming te verkrijgen om met haar minderjarige kind te verhuizen naar een andere woonplaats. De rechtbank had dit verzoek reeds afgewezen en het hof bevestigt deze beslissing na eigen onderzoek en motivering. De moeder was inmiddels zonder het kind verhuisd, waarna het kind feitelijk bij de vader verbleef.
Het geschil betreft tevens de vaststelling van de hoofdverblijfplaats van het kind en de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken. De moeder wilde het hoofdverblijf bij haar vestigen en een zorgregeling met omgangsrecht voor de vader, terwijl de vader het hoofdverblijf bij zich wilde houden met een zorgregeling waarbij het kind om het weekend bij de moeder verblijft.
Het hof oordeelt dat het in het belang van het kind is dat het hoofdverblijf bij de vader blijft, gezien de stabiele situatie en de vele veranderingen die het kind recent heeft meegemaakt. De zorgregeling wordt aangepast waarbij het kind om het weekend bij de moeder verblijft en vakanties en feestdagen worden verdeeld volgens een gedetailleerde regeling. De moeder draagt de kosten van het halen en brengen in reguliere weekenden, terwijl het halen en brengen tijdens vakanties wordt gedeeld.
De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd voor het afwijzen van het verzoek tot verhuizing, maar het hof vernietigt het deel over hoofdverblijf en zorgregeling en bepaalt dit zelf. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders verzochte wordt afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek van de moeder om vervangende toestemming voor verhuizing wordt afgewezen en het hoofdverblijf van de minderjarige wordt bij de vader vastgesteld met een zorgregeling voor de moeder.