ECLI:NL:GHARL:2016:4172
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Raadkamer
- E.A.K.G. Ruys
- B.F.A. van der Krabben
- M.M.L.A.T. Doll
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing of schorsing voorlopige hechtenis in hoger beroep
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 23 maart 2016 uitspraak gedaan in een zaak waarin verdachte verzocht om opheffing dan wel schorsing van zijn voorlopige hechtenis. Dit verzoek was niet wezenlijk anders dan eerdere verzoeken die al waren afgewezen. Het hof oordeelde dat het verzoek neerkwam op een herziening van een eerdere beslissing, waarvoor geen nieuwe gronden waren aangevoerd.
Tijdens de raadkamer is vastgesteld dat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep was aangevangen en dat de voorlopige hechtenis voortgezet moest worden op grond van artikel 282 Sv Pro. Het hof achtte niet aannemelijk dat verdachte onvoldoende gelegenheid had om zijn hoger beroep inhoudelijk voor te bereiden.
Het hof concludeerde dat de gronden voor voorlopige hechtenis nog steeds aanwezig waren en dat het maatschappelijk en strafvorderlijk belang zwaarder woog dan het persoonlijk belang van verdachte bij schorsing. Tevens werd benadrukt dat faillissementsgijzeling een ander rechtskarakter heeft dan voorlopige hechtenis en niet meetelt voor de duur van de voorlopige hechtenis.
Daarom wees het hof zowel het primaire verzoek tot opheffing als het subsidiaire verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot opheffing en schorsing van de voorlopige hechtenis af en handhaaft de voorlopige hechtenis.