Uitspraak
de vrouw,
de man,
1.Het verdere geding in hoger beroep
2.De motivering van de beslissing
3.De slotsom
4.De beslissing
vier maanden na hedendaaromtrent te rapporteren en te adviseren;
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak is het verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling tussen de vader en zijn twee minderjarige kinderen in geschil. De vader weigert categorisch contact met zijn kinderen, terwijl de kinderen zelf uitdrukking geven aan hun wens en behoefte aan contact met hun vader.
Het hof baseert zich op artikel 1:377a BW en het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind, waarbij het belang van het kind voorop staat. Uit het verslag van de bijzondere curator blijkt dat er geen contact is en dat de vader zijn weigering volhoudt. Uit het kindgesprek blijkt dat de kinderen contact wensen, en dat er geen gronden zijn die omgang ernstig zouden schaden.
Het hof oordeelt voorlopig dat de vader niet kennelijk ongeschikt of onmachtig is tot omgang, mede gelet op het bestaan van andere kinderen in het gezin met wie omgang wel mogelijk was. Het hof verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming nader onderzoek te doen naar de geschiktheid van de vader en de mogelijkheden voor contact.
De zaak wordt voor vier maanden aangehouden om het onderzoek en rapportage door de Raad mogelijk te maken. Daarna zal het hof verdere beslissingen nemen. De procedure wordt voortgezet onder leiding van een raadsheer-commissaris.
Uitkomst: De zaak wordt voor vier maanden aangehouden voor nader onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming naar de omgangsregeling.