Uitspraak
De beslissing van de kantonrechter
Het procesverloop
Beoordeling
Jussila v. Finland).
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene kreeg een administratieve sanctie van €102 opgelegd wegens een snelheidsovertreding binnen de bebouwde kom op 17 maart 2014. De gemachtigde voerde in hoger beroep aan dat de gedraging niet was verricht en dat de officier van justitie geen gelegenheid had geboden om gronden aan te vullen, wat volgens het hof in strijd was met artikel 7:18, vierde lid, van de Awb.
Het hof stelde vast dat de officier van justitie de gevraagde stukken, zoals het zaakoverzicht en foto's van de gedraging, niet aan de gemachtigde had verstrekt, waardoor de waarborgen van hoor en wederhoor niet waren gewaarborgd. Dit leidde tot vernietiging van de beslissingen van de officier van justitie en de kantonrechter.
Inhoudelijk oordeelde het hof dat de snelheidsovertreding wel was begaan, gelet op de ambtsedige verklaring en het dossier, en dat de infrastructuur en bebording duidelijk maakten dat de maximumsnelheid 30 km/u bedroeg. Het beroep tegen de inleidende beschikking werd daarom ongegrond verklaard.
Het hof veroordeelde de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene, vastgesteld op €612,50. De zaak werd behandeld zonder aanwezigheid van betrokkene of gemachtigde, waarbij mr. C. Brontsema namens de advocaat-generaal verscheen.
Uitkomst: Het hof vernietigt eerdere beslissingen wegens schending van artikel 7:18 Awb, verklaart het beroep gegrond, maar het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond en veroordeelt de advocaat-generaal tot proceskostenvergoeding.