Uitspraak
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
- het vonnis van de rechtbank zal vernietigen;
- de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 aan hem ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, waarvan één jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van vijf jaren;
- de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij1] gedeeltelijk zal toewijzen, tot een bedrag van € 10.330,-;
- de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij2 ] gedeeltelijk zal toewijzen, tot een bedrag van € 10.300,-;
- ter zake van de vorderingen van de benadeelde partijen de schadevergoedingsmaatregel zal opleggen.
Het vonnis waartegen het hoger beroep is gericht
De tenlastelegging
hij in of omstreeks de periode van 2 juli 2005 tot 2 juli 2010 te [plaats] , gemeente [gemeente] , en/of elders in Nederland meermalen althans eenmaal met [benadeelde partij1] (geboren op [geboortedatum] 2001), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde partij1] , hebbende verdachte
hij in of omstreeks de periode van 13 augustus 2005 tot 2 juli 2010 te [plaats] , gemeente [gemeente] en/of elders in Nederland meermalen met [benadeelde partij2 ] (geboren op [geboortedatum] 2001), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde partij2 ] , hebbende verdachte,
Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging van de verdachte
Bewijsverweren van de verdediging
Bewezenverklaring
hij in de periode van 2 juli 2005 tot 2 juli 2010 in de gemeente [gemeente] meermalen met [benadeelde partij1] (geboren op [geboortedatum] 2001), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde partij1] , hebbende verdachte
hij in de periode van 13 augustus 2005 tot 2 juli 2010 in de gemeente [gemeente] meermalen met [benadeelde partij2 ] (geboren op [geboortedatum] 2001), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde partij2 ] , hebbende verdachte,
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij1]
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij2 ]
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) jaren.
1 (één) jaar, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij1]
€ 5.300,00 (vijfduizend driehonderd euro) bestaande uit € 300,00 (driehonderd euro) materiële schade en
€ 5.300,00 (vijfduizend driehonderd euro) bestaande uit € 300,00 (driehonderd euro) materiële schade en € 5.000,00 (vijfduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 juli 2010 tot aan de dag van algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
61 (eenenzestig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij2 ]
€ 5.300,00 (vijfduizend driehonderd euro) bestaande uit € 300,00 (driehonderd euro) materiële schade en
€ 5.300,00 (vijfduizend driehonderd euro) bestaande uit € 300,00 (driehonderd euro) materiële schade en € 5.000,00 (vijfduizend euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
61 (eenenzestig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.