Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- een brief met bijlagen d.d. 24 februari 2016 van de GI.
- de moeder, bijgestaan door mr. Van Daatselaar;
- namens de GI: mevrouw [B] en mevrouw [C] (jeugdzorgwerkers).
De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.
3.De vaststaande feiten
- [de minderjarige1] (verder te noemen: [de minderjarige1] ), geboren [in] 2010 te [D] ; en
- [de minderjarige2] (verder te noemen: [de minderjarige2] ), geboren [in] 2012 te [E] , over wie zij gezamenlijk het gezag uitoefenen. De ouders hebben daarnaast nog een dochter [de minderjarige3] , geboren [in] 2014, de moeder heeft een dochter [de minderjarige4] , geboren [in] 2008 en de vader heeft een zoon [de minderjarige5] , geboren [in] 2009.
4.De motivering van de beslissing
De slotsom