ECLI:NL:GHARL:2016:10781
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid raadkamer bij vordering tot gevangenhouding na aanvang terechtzitting
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van verdachte tegen de beschikking van de rechtbank Gelderland waarin een bevel tot gevangenhouding was gegeven en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis was afgewezen.
De rechter-commissaris had eerder de bewaring bevolen en geschorst. Tijdens de terechtzittingen op 17 november en 15 december 2015 was verdachte niet verschenen, waarna de rechtbank de schorsing van de voorlopige hechtenis opheefde. De raadkamer van de rechtbank besloot op 6 januari 2016 tot gevangenhouding van verdachte.
Het hof oordeelde dat de raadkamer niet bevoegd was om kennis te nemen van een vordering tot gevangenhouding nadat het onderzoek ter terechtzitting was aangevangen. Daarom werd de beschikking vernietigd en de officier van justitie niet ontvankelijk verklaard. Dit oordeel is gebaseerd op de artikelen 65, 66, 66a, 67, 67a, 71 en 282 Sv.
Uitkomst: De beschikking tot gevangenhouding is vernietigd en de officier van justitie is niet ontvankelijk verklaard.