Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep, verder te noemen: de vader,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak staat de omgangsregeling tussen een vader en zijn minderjarige kind centraal. Het huwelijk van de ouders is in 2004 ontbonden en sindsdien zijn er diverse omgangsregelingen vastgesteld en gewijzigd. In 2016 heeft de kinderrechter het omgangsrecht van de vader ontzegd, wat de vader in hoger beroep aanvocht.
Het hof benoemde een bijzondere curator voor het kind en hoorde het kind buiten aanwezigheid van partijen. Het kind maakte duidelijk bezwaar tegen contact met de vader, een standpunt dat het hof als oprecht en langdurig onderbouwd beschouwde. Het kind ervaart stress en paniekaanvallen door het gedwongen contact.
De raad voor de kinderbescherming en de bijzondere curator adviseerden het verzoek van de vader af te wijzen. Het hof oordeelde dat het belang van het kind prevaleert boven het recht op omgang van de vader en bevestigde de ontzegging van het omgangsrecht. De vader werd niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep voor zover hij het verzoek in volle omvang wilde behandelen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ontzegging van het omgangsrecht van de vader met het kind en wijst het hoger beroep af.