ECLI:NL:GHARL:2016:1047
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorzieningen inzake kinderalimentatie en inschrijving kind afgewezen wegens onvoldoende samenhang met hoofdvordering
Partijen zijn in 1999 gehuwd en hebben vier kinderen. Na hun echtscheiding in 2010 is overeengekomen dat zij gezamenlijk gezag houden en de kinderen bij de vrouw verblijven. De man is verplicht een bijdrage te leveren in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen, welke jaarlijks wordt geïndexeerd.
De rechtbank heeft in november 2014 de alimentatiebedragen gewijzigd. De vrouw stelde principaal hoger beroep in tegen deze wijziging en verzocht bij voorlopige voorziening onder meer om de man te verplichten medewerking te verlenen aan de teruginschrijving van een kind op haar adres en om tijdige betaling van de alimentatie.
Het hof oordeelt dat het verzoek tot teruginschrijving onvoldoende samenhangt met de hoofdvordering en daarom niet ontvankelijk is. Het verzoek tot tijdige betaling wordt afgewezen omdat de vrouw reeds een executoriale titel bezit en het opleggen van een dwangsom voor betaling van een geldsom niet mogelijk is volgens artikel 611a lid 1 Rv.
Daarom wijst het hof de verzoeken tot voorlopige voorzieningen af. De uitspraak is gedaan tijdens een openbare zitting op 9 februari 2016.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorzieningen wordt afgewezen wegens onvoldoende samenhang met de hoofdvordering en het ontbreken van belang.