ECLI:NL:GHARL:2016:10356

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
21 december 2016
Publicatiedatum
21 december 2016
Zaaknummer
200.195.980/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38 lid 1 EEX-VerordeningArt. 39 EEX-VerordeningArt. 43 lid 2 EEX-VerordeningArt. 53 EEX-VerordeningArt. 54 EEX-Verordening
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdheid hof in hoger beroep inzake tenuitvoerlegging Belgische rechterlijke beslissing

In deze civiele zaak verzocht verzoekster het hof om hoger beroep in te stellen tegen de beschikking van de voorzieningenrechter die verlof had verleend tot tenuitvoerlegging van een Belgische rechterlijke beslissing uit juni 2014. De voorzieningenrechter had het verlof verleend op basis van de oude EEX-Verordening, aangezien de rechtsvordering was ingesteld vóór 10 januari 2015.

Het hof overwoog dat op grond van de oude EEX-Verordening en de Uitvoeringswet EU-executieverordening het rechtsmiddel tegen de toewijzing van het verlof moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden. Het hof is daarom absoluut onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.

Het hof verklaarde zich onbevoegd en verwees de zaak naar de bevoegde rechtbank. Tevens veroordeelde het hof verzoekster in de kosten van de procedure tot aan deze uitspraak, vastgesteld op nihil. De beschikking werd op 13 december 2016 in het openbaar uitgesproken door drie raadsheren.

Uitkomst: Het hof verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en verwijst de zaak naar de bevoegde rechtbank.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.195.980/01
(zaaknummer / rekestnummer rechtbank Noord-Nederland: C/17/149023 / KG RK 16-268)
beschikking van 21 december 2016
op het verzoek van
[verzoekster], handelende onder de naam [A] ,
wonende te [B] ,
verzoekster in hoger beroep,
hierna:
[verzoekster],
advocaat: mr. K.A. Faber, kantoorhoudend te Heerenveen,
tegen
de vennootschap naar Belgisch recht
Theater- & Organisatiebureau [verweerster] BVBA,
gevestigd te [C] België,
verweerster in hoger beroep,
in eerste aanleg: verzoekster,
hierna:
[verweerster],
in deze procedure niet verschenen.

1.Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de beschikking van 23 juni 2016 die de voorzieningenrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, heeft gegeven.

2.Het geding in hoger beroep

2.1
[verzoekster] heeft op 21 juli 2016 een verzoekschrift ingediend.
2.2
Op 22 september 2016 heeft [verzoekster] - op verzoek van het hof - ter herstel van verzuim een aantal stukken overgelegd.
2.3
Vervolgens heeft het hof uitspraak bepaald.
2.4
Het verzoek in hoger beroep strekt tot:
- vernietiging van de beschikking van de voorzieningenrechter van 23 juni 2016;
- schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing d.d. 27 juni 2014, gewezen door de 5e kamer van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde te Dendermonde België, met referentienummer AR.13/1132/A, waartoe de voorzieningenrechter verlof heeft verleend;
- weigering van de toestemming tot tenuitvoerlegging van de beslissing d.d. 27 juni 2014, gewezen door de 5e kamer van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde te Dendermonde België, met referentienummer AR.13/1132/A.

3.Het verzoek en de beoordeling in eerste aanleg

3.1
In eerste aanleg heeft [verweerster] de voorzieningenrechter verzocht om verlof te verlenen tot tenuitvoerlegging van de beslissing d.d. 27 juni 2014, gewezen door de 5e kamer van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde te Dendermonde België, met referentienummer AR.13/1132/A.
3.2
De voorzieningenrechter heeft dit verlof verleend. Daartoe heeft de voorzieningenrechter overwogen dat uit het verzoekschrift en de daarbij behorende stukken blijkt dat is voldaan aan de vereisten die de artikelen 53 en 54 van de (oude) Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van de Europese Unie van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: de EEX-Verordening) stellen aan de door verzoekster verzochte verlofverlening tot tenuitvoerlegging van het vonnis.

4.De beoordeling in hoger beroep

4.1
In deze zaak gaat het om verlof tot tenuitvoerlegging van een beslissing van de Belgische rechter inzake een rechtsvordering die is ingesteld voor 10 januari 2015. Dit betekent, zoals de voorzieningenrechter op zich met juistheid heeft aangegeven, dat de vraag of het verlof kon worden verleend, moet worden beantwoord aan de hand van de (oude) EEX-Verordening, in het bijzonder de artikelen 38 tot en met 52.
4.2
Artikel 38 lid 1 bepaalt Pro dat de beslissingen die in een lidstaat zijn gegeven en daar uitvoerbaar zijn, in een andere lidstaat ten uitvoer kunnen worden gelegd, nadat zij aldaar, ten verzoeke van een belanghebbende partij, uitvoerbaar zijn verklaard. Op grond van artikel 39 in Pro samenhang met Bijlage II is de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland bevoegd om kennis te nemen van het verzoek van [verweerster] . Het rechtsmiddel tegen de toewijzing van dit verzoek dient op grond van artikel 43 lid Pro 2, in samenhang met bijlage III, te worden ingediend bij de rechtbank. Ingevolge artikel 14 in Pro samenhang met artikel 4 van Pro de Uitvoeringswet EU-executieverordening en Verdrag van Lugano betreft dit de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden. Het hof is derhalve (absoluut) onbevoegd om van dit rechtsmiddel kennis te nemen. Het hof zal de zaak dan ook verwijzen naar de rechtbank Noord-Nederland, afdeling Privaatrecht, locatie Leeuwarden.

5.De beslissingHet hof, beschikkende in hoger beroep:

verklaart zich onbevoegd van het door [verzoekster] ingestelde rechtsmiddel kennis te nemen;
verwijst de zaak naar de rechtbank Noord-Nederland, afdeling Privaatrecht, locatie Leeuwarden;
veroordeelt [verzoekster] in de kosten van deze procedure tot aan deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] , vastgesteld op nihil;
verklaart deze beschikking voor zover het de hierin vermelde proceskostenveroordelingen betreft uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gewezen door mr. J.H. Kuiper, mr. H. de Hek en mr. R.E. Weening en is door de rolraadsheer, in tegenwoordigheid van de griffier, in het openbaar uitgesproken op dinsdag 13 december 2016.