Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[appellant sub 1] ,
[appellante sub 2],
[appellant sub 3],
[appellant sub 4],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak staat centraal of er een rechtsgeldige pachtovereenkomst tot stand is gekomen tussen appellant sub 1 en de overleden vader van partijen, dan wel met diens echtgenote. De boerderij aan een adres te een plaats is in gebruik bij appellant sub 1 en appellant sub 3, en er is discussie over de pachtovereenkomst en de betaling van een gebruiksvergoeding.
De rechtbank heeft eerder geoordeeld dat er geen geldige pachtovereenkomst is gesloten met de vader, maar appellanten betwisten dit en bieden getuigenverklaringen aan. Daarnaast is door een handschriftdeskundige onderzoek gedaan naar de echtheid van handtekeningen op pachtovereenkomsten en pachtafdrachten, waarbij twijfel bestaat over de handtekening van de vader, maar niet over die van de moeder.
Het hof wenst nadere informatie over het agrarisch bedrijf van appellanten, waaronder financiële gegevens en belastingaangiften, om de bedrijfsmatige uitoefening van landbouw vast te stellen. Ook wordt een comparitie van partijen bevolen om bewijs te bespreken en te onderzoeken of een minnelijke regeling mogelijk is. Verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: Het hof beveelt een comparitie van partijen en houdt verdere beslissing aan.