Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker, verder te noemen: de man,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Gelderland inzake kinderalimentatie na echtscheiding. De man vorderde een nihilstelling of verlaging van de alimentatie, terwijl de vrouw verweer voerde en handhaving van de beschikking verlangde.
Na de mondelinge behandeling op 25 september 2015 heeft de Hoge Raad een belangrijke uitspraak gedaan over de wijze waarop het kindgebonden budget moet worden betrokken bij de alimentatieberekening. Het hof heeft partijen de gelegenheid gegeven hun standpunten hierop aan te passen.
Het hof oordeelt dat het kindgebonden budget niet in mindering komt op de behoefte van de kinderen, maar op de draagkracht van de ouder die het ontvangt. De draagkracht van de man en vrouw wordt op basis van hun netto besteedbaar inkomen en forfaitaire woonlasten vastgesteld, waarbij de vrouw’s gewijzigde inkomenssituatie door ziekte wordt meegenomen.
Met toepassing van een zorgkorting van 25% wordt de bijdrage van de man vastgesteld op €115,50 per kind per maand tot 1 november 2015 en €168,50 per kind per maand daarna. De door de man verzochte verklaring voor recht over woonlasten wordt afgewezen. De kosten worden tussen partijen gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof wijzigt de kinderalimentatie en bepaalt lagere bijdragen van de man vanaf mei 2015, rekening houdend met het kindgebonden budget en zorgkorting.