Partijen zijn na beëindiging van hun geregistreerd partnerschap overeengekomen dat de man partneralimentatie aan de vrouw zou betalen. De man heeft een verzoek tot wijziging van de alimentatie ingediend wegens een relevante wijziging van omstandigheden, waaronder een lager inkomen en gezondheidsklachten. De vrouw heeft incidenteel hoger beroep ingesteld om de alimentatie te verhogen.
Het hof stelt vast dat de man een lagere draagkracht heeft dan bij het oorspronkelijke convenant werd aangenomen, mede door zijn leeftijd, gezondheid en inkomen. De behoefte van de vrouw blijft gelijk aan het convenant, gezien haar beperkte arbeidsmogelijkheden en leeftijd. Het hof beoordeelt ook de onkostenvergoeding en schulden van de man bij de draagkrachtberekening.
De ingangsdatum van de gewijzigde alimentatie wordt vastgesteld op 26 mei 2014, de datum van het verzoekschrift. Terugbetaling van teveel betaalde alimentatie wordt afgewezen omdat de vrouw het bedrag heeft geconsumeerd en de man een lening moest afsluiten om de hogere alimentatie te betalen. Verzoeken tot verdere afbouw van alimentatie worden afgewezen.
Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en bepaalt dat de man vanaf 26 mei 2014 €429 bruto per maand aan partneralimentatie betaalt, met compensatie van proceskosten tussen partijen.