ECLI:NL:GHARL:2015:967
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid verzoek schadevergoeding na gedeeltelijke vrijspraak
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot schadevergoeding vanwege de detentie van 183 dagen in voorlopige hechtenis in een strafzaak waarin hij gedeeltelijk is vrijgesproken en gedeeltelijk veroordeeld. De rechtbank verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk omdat verzoeker niet van alle feiten waarvoor hij werd vervolgd is vrijgesproken.
In hoger beroep bevestigt het hof deze beslissing. Het hof verwijst naar de vaste rechtspraak van de Hoge Raad waarin is bepaald dat de term 'zaak' in de artikelen 89 en 591a Sv ziet op het gehele rechtsgeding, dat wil zeggen alle feiten die in de dagvaarding zijn genoemd. De zaak is pas beëindigd als over alle feiten een onherroepelijke uitspraak is gedaan.
De omstandigheid dat verzoeker is vrijgesproken van de zwaarste feiten waarvoor voorlopige hechtenis is toegepast, maar veroordeeld voor andere feiten, maakt geen verschil. Er is geen ruimte om het verzoek als afzonderlijke zaak te beschouwen. Het hof bevestigt daarom de niet-ontvankelijkheid van het verzoek om schadevergoeding.
De beslissing is genomen door het hof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden, in een meervoudige raadkamer op 5 februari 2015.
Uitkomst: Het hof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek om schadevergoeding wegens gedeeltelijke vrijspraak.