Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder van twee kinderen, die onder toezicht en voogdij van een gecertificeerde instelling (GI) staan, verzocht het hof om een bijzondere curator te benoemen om de belangen van de kinderen te vertegenwoordigen. Dit verzoek volgde op een eerdere afwijzing door de kinderrechter in Utrecht, die de moeder niet-ontvankelijk verklaarde in haar verzoek tot beëindiging van de uithuisplaatsing en het herstel van het ouderlijk gezag.
De moeder stelde dat er sprake was van een belangenconflict tussen de GI en de kinderen, waarbij de GI druk zou uitoefenen om contact met haar te verhinderen. Zij meende dat een bijzondere curator noodzakelijk was om de situatie van de kinderen te onderzoeken en hun belangen te behartigen. De GI en de Raad voor de Kinderbescherming voerden verweer en adviseerden afwijzing.
Het hof oordeelde dat er geen conflict bestond tussen de GI en de kinderen, maar slechts tussen de moeder en de GI. Omdat de moeder niet met het gezag belast is, is er geen strijd tussen de belangen van de gezagsdrager en de kinderen die een bijzondere curator rechtvaardigt. Het belang van de kinderen wordt volgens het hof voldoende behartigd door de GI en de raad, die ook in de lopende procedure over het gezag betrokken zijn.
Daarom bekrachtigde het hof de beschikking van de kinderrechter die het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator afwees. De beslissing werd op 1 december 2015 in het openbaar uitgesproken door het hof te Arnhem.
Uitkomst: Het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator voor de kinderen wordt afgewezen en de beschikking van de kinderrechter bekrachtigd.