Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[appellant],
Achmea,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de kantonrechter van 20 maart 2013. Tijdens het hoger beroep heeft de advocaat van appellant zich onttrokken aan de zaak en heeft appellant geen nieuwe advocaat gesteld. Hierdoor heeft appellant gedurende meer dan een jaar geen proceshandeling verricht, met name het niet indienen van de memorie van grieven.
Het hof heeft op grond van artikel 251 Rv Pro en artikel 353 Rv Pro vastgesteld dat indien een proceshandeling langer dan twaalf maanden niet wordt verricht, de rechter een roldatum kan bepalen waarop verval van instantie kan worden gevorderd. Het hof stelde meerdere termijnen voor appellant om alsnog de memorie van grieven in te dienen, maar deze zijn ongebruikt verstreken.
Omdat appellant geen grieven heeft ontwikkeld en het vonnis van de kantonrechter niet in strijd is met openbare orde, verwierp het hof het hoger beroep. Tevens werd appellant veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep, vastgesteld op € 683,- aan verschotten en € 316,- aan advocaatkosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt verworpen en appellant wordt veroordeeld in de proceskosten.