Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn gescheiden ouders met gezamenlijk gezag over hun kind, dat zowel de Nederlandse als Iraanse nationaliteit bezit. De moeder vroeg vervangende toestemming om met het kind in de zomervakantie van 2015 naar Iran te reizen voor familiebezoek en vakantie.
De vader maakte bezwaar vanwege het veiligheidsrisico voor het kind in Iran, mede vanwege hun dubbele nationaliteit en het christelijke geloof, en vreesde dat de moeder niet tijdig zou terugkeren. Hij verwees naar het reisadvies van de Rijksoverheid en de eerdere langdurige verblijfsperiode van het kind in Iran.
Het hof oordeelde dat de moeder voldoende bekend is met de risico's in Iran, dat zij zich bewust is van de veiligheidsomstandigheden en dat het verblijf beperkt zal zijn tot een gebied met een geel reisadvies. De moeder heeft een sterke binding met Nederland en het kind is hier geboren en opgegroeid. De moeder heeft zelf de rechter ingeschakeld voor toestemming, wat vertrouwen wekt dat zij zich aan de termijn houdt.
Daarom werd het veiligheidsrisico onvoldoende aannemelijk geacht en bestaat geen reden om te vermoeden dat de moeder niet zal terugkeren. Het hof bekrachtigde de beschikking van de kinderrechter die de vervangende toestemming verleende.
Uitkomst: Het hof verleent de moeder vervangende toestemming om met het kind in de zomervakantie van 2015 naar Iran te reizen.