De terbeschikkinggestelde is sinds 2013 opgenomen in een forensisch psychiatrisch centrum en verblijft momenteel in transmuraal verlof. Hij kampt met een chronische psychotische stoornis en ondergaat medicamenteuze en psychomotore therapie. Ondanks medicatie ervaart hij nog stemmen en is er geen sprake van agressieve incidenten sinds zijn opname.
De rechtbank had de TBS-maatregel met een jaar verlengd en daarbij bepaald dat de reclassering voor de volgende verlengingszitting onderzoek moest doen naar de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging. De terbeschikkinggestelde en zijn raadsman verzochten om aanhouding van de beslissing om dit onderzoek te verrichten, terwijl het Openbaar Ministerie bevestiging van de verlenging en de opdracht aan de reclassering bepleitte.
Het hof oordeelt dat het wettelijke kader geen ruimte biedt voor een imperatieve opdracht aan de reclassering om onderzoek te doen. Het vernietigt dit onderdeel van de beslissing, wijst het verzoek tot onderzoek af wegens onvoldoende noodzaak en bevestigt de verlenging van de TBS-maatregel. Het hof benadrukt dat bij het vervolgonderzoek overleg tussen betrokken instellingen en de reclassering moet plaatsvinden, met schriftelijke verslaglegging voorafgaand aan de volgende verlengingszitting.