Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn in gemeenschap van goederen gehuwd en gescheiden, met twee minderjarige kinderen. Het geschil betrof de bijdrage van de man in de kosten van levensonderhoud van de vrouw en de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen.
Het hof paste de nieuwe richtlijnen van de Expertgroep Alimentatienormen toe voor de berekening van de kinderalimentatie, waarbij het netto gezinsinkomen tijdens de samenleving werd vastgesteld en de behoefte van de kinderen werd berekend volgens NIBUD-tabellen. De draagkracht van partijen werd vastgesteld met inachtneming van gewijzigde omstandigheden, zoals de verkoop van de voormalige echtelijke woning en inkomenswijzigingen.
De man werd verplicht om vanaf de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers een toenemend bedrag aan kinderalimentatie te betalen, oplopend van €495 tot €584 per maand. De partneralimentatie werd vastgesteld op €325 netto per maand, lager dan door de vrouw gevorderd, vanwege onvoldoende onderbouwing van haar behoefte. De proceskosten werden gecompenseerd en de bestreden beschikking van de rechtbank werd vernietigd voor zover het hof oordeelde.
Uitkomst: Het hof wijzigde de kinderalimentatie in drie perioden en wees de partneralimentatie af wegens gebrek aan draagkracht.