ECLI:NL:GHARL:2015:195
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Beswerda
- Van Schuijlenburg
- Dijkstra
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid beroep wegens verzuim gronden in bestuursstrafzaak
In deze bestuursrechtelijke bestuursstrafzaak is hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van de kantonrechter die het beroep van betrokkene tegen een beslissing van de officier van justitie gegrond verklaarde en de beslissing van de officier van justitie vernietigde.
De kern van het geschil betreft de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep door de officier van justitie wegens het niet tijdig aanvoeren van de gronden van het beroep. De kantonrechter oordeelde dat een enkele ontkenning van de gedraging als grond volstaat en dat er geen verplichting is om aanvullende gronden op te geven. Het hof stelt echter dat indien het beroep pro forma is ingesteld met de toezegging de gronden later te zullen aanvoeren, de indiener in de gelegenheid moet worden gesteld dit binnen een termijn te doen.
De officier van justitie had de gemachtigde van betrokkene met een brief van 2 mei 2012 in verzuim gesteld en hem een termijn gegeven om de gronden alsnog te verstrekken. De gemachtigde betwist de ontvangst van deze brief. Het hof oordeelt dat het bestuursorgaan aannemelijk moet maken dat de brief is verzonden, en dat dit in deze zaak onvoldoende is gebleken.
Daarom vernietigt het hof de beslissing van de kantonrechter en houdt de zaak aan om de advocaat-generaal in de gelegenheid te stellen de verzending van de brief aannemelijk te maken. De verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt de beslissing van de kantonrechter en houdt de zaak aan om de advocaat-generaal in de gelegenheid te stellen de verzending van de verzuimbrief aannemelijk te maken.