Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[geintimeerde sub 1],
erfgenamen [geintimeerde sub 2],
[geintimeerde sub 3],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Deze zaak betreft de verdeling van de nalatenschap van een erflater die in 1980 overleed, waarbij de woning onderdeel is van de nalatenschap en verdeeld moest worden tussen de pleegzoon en de huishoudster, die beiden erfgenamen zijn. Er ontstond een langdurig geschil over de uitvoering van de verdeling, met meerdere procedures en hoger beroepen.
De woning werd verkocht zonder volledige overeenstemming, wat leidde tot vorderingen wegens onrechtmatige verhuur en onverschuldigde betalingen. Het hof bevestigde dat de verhuur onrechtmatig was en veroordeelde tot schadevergoeding. Tevens werd vastgesteld dat een groot deel van de betalingen aan de notaris onverschuldigd was gedaan en dat verrekening van schulden en vorderingen had plaatsgevonden.
Het hof oordeelde dat de vestiging van hypotheekrechten door een van de erfgenamen niet onrechtmatig was en wees vorderingen daarom af. Verder werd bepaald dat de notariskosten voor de verdeling lager hadden moeten zijn zonder complicaties door hypotheken. De proceskosten werden deels gecompenseerd en het executoriaal beslag en verrekeningsberoep werden niet-ontvankelijk verklaard.
De uitspraak bevat een gedetailleerde toedeling van bedragen die betaald moeten worden, verklaringen voor recht over onverschuldigde betalingen en de verplichting tot medewerking aan uitbetalingen uit het depot bij de notaris. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2015.
Uitkomst: Het hof wijst deels de vorderingen toe en bekrachtigt deels het vonnis, met veroordelingen tot schadevergoeding en terugbetaling uit het overbedelingsdepot.