Uitspraak
1. [de vader] ,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.De motivering van de beslissing
De slotsom
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de kinderrechter die machtiging gaf tot uithuisplaatsing van haar minderjarige zoon, geboren in 2003, met diverse beperkingen waaronder een verstandelijke beperking, epilepsie en autismeverwante stoornis.
De minderjarige is sinds maart 2013 uit huis geplaatst en verblijft in een pleeggezin en een gespecialiseerde voorziening, waar hij een positieve ontwikkeling doormaakt. De moeder stelde dat zij met hulp de opvoeding kon voortzetten, maar het hof oordeelde dat haar pedagogische vaardigheden onvoldoende zijn om de complexe zorg en structuur te bieden die de minderjarige nodig heeft.
Het hof nam mee dat de moeder moeite heeft met het stellen van grenzen en het stimuleren van zelfredzaamheid, terwijl dit cruciaal is gezien de beperkingen van het kind. Ook de slechte verstandhouding tussen ouders en het belang van het vermijden van stress voor het kind werden meegewogen.
Het hof concludeerde dat voortzetting van de uithuisplaatsing in het belang van het kind is en dat de machtiging niet verkort wordt. De beschikking van de rechtbank wordt daarom bekrachtigd.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt bekrachtigd en niet verkort.