ECLI:NL:GHARL:2014:9659

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
11 december 2014
Publicatiedatum
12 december 2014
Zaaknummer
ks 21-005112-13
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 44 Gezondheids- en welzijnswet voor dierenArt. 4 Verordening (EG) nr. 853/2004Art. 5 Verordening (EG) nr. 853/2004Art. 4 lid 2 Verordening (EG) nr. 853/2004Art. 422 Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van overtredingen bij het slachten van schapen

In deze strafzaak stond verdachte terecht voor drie ten laste gelegde feiten met betrekking tot het slachten van schapen buiten een erkende inrichting en het niet naleven van voorschriften uit de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en EG-verordeningen.

Het hof heeft het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland vernietigd en opnieuw recht gedaan. Na onderzoek van het dossier en het requisitoir van de advocaat-generaal oordeelt het hof dat het bewijs onvoldoende is om verdachte te veroordelen. Met name de lange pleegperiode en het meervoudig gebruik van het woord 'schapen' in de tenlastelegging, gecombineerd met het feit dat slechts één datum met één schaap bewezen kon worden, leidt tot een ontoelaatbare grondslagverlating.

Daarom spreekt het hof verdachte vrij van alle drie de ten laste gelegde feiten. De vrijspraak is gebaseerd op het ontbreken van voldoende bewijs dat verdachte de overtredingen heeft gepleegd of medepleegde. Het vonnis is uitgesproken door drie raadsheren op 11 december 2014 in Leeuwarden.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-005112-13
Uitspraak d.d.: 11 december 2014
TEGENSPRAAK

Arrest van de economische kamer

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische kamer van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, van 29 maart 2013 met parketnummer
07-994512-12 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1970],
wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 27 november 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en veroordeling van verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde tot een werkstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair
60 dagen hechtenis. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw,
mr. L.F. Withaar-Weijns, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - tenlastegelegd dat:
1:
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 7 december 2011 te [plaats], in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, al dan niet opzettelijk buiten een slachthuis schapen heeft gedood, terwijl dat slachten zonder voorafgaande bedwelming met een penschiettoestel gebeurde;
en/of
hij in de periode van 1 januari 2010 tot en met 7 december 2011 te [plaats] in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, al dan niet opzettelijk schapen heeft geslacht en/of laten slachten, als bedoeld in het derde lid van artikel 44 Gezondheids Pro- en welzijnswet voor dieren:
- terwijl dit niet geschiedde in een door de minister van Landbouw, in overeenstemming met de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aangewezen inrichting, immers heeft/hebben hij en/of zijn mededaders schapen geslacht in een stal, bedrijfsruimte op het terrein van [bedrijf] aan de [straat] en/of
- terwijl dit niet geschiedde door personen die daartoe door de in het vijfde lid, onderdeel b van artikel 44 Gezondheids Pro- en welzijnswet voor dieren zijn aangewezen;
2:
hij in de periode van 1 januari 2010 tot en met 7 december 2011 te [plaats] in de gemeente [gemeente] en/of te [plaats2], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, opzettelijk heeft gehandeld met:
- artikel 4 van Pro Verordening (EG) nr. 853/2004, immers heeft/hebben hij en/of zijn mededaders als exploitant(en) van een levensmiddelenbedrijf, schapenvlees, althans producten van dierlijke oorsprong in de handel gebracht terwijl dit/deze niet bewerkt en gehanteerd werd(en) in een inrichting die voldeed aan de toepasselijke voorschriften van Verordening (EG) nr. 852/2004, van de bijlagen II en III bij de EG-verordening 853/2004 en/of andere toepasselijke voorschriften van de levensmiddelenwetgeving en die door de bevoegde autoriteit geregistreerd of, indien lid 2 zulks vereist, erkend was, en/of
- artikel 5 van Pro Verordening (EG) nr. 853/2004, immers heeft/hebben hij en/of zijn mededaders, als exploitant(en) van (een) levensmiddelenbedrijf/ven schapenvlees, althans producten van dierlijke oorsprong, die gehanteerd zijn in een inrichting die overeenkomstig artikel 4 lid 2 van Pro genoemde verordening moest worden erkend, in de handel gebracht, terwijl geen gezondheidsmerk was aangebracht;
3:
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 7 december 2011 te [plaats], in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, zonder redelijk doel en/of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar was, bij een dier pijn of letsel heeft veroorzaakt dan wel de gezondheid of het welzijn van een dier heeft benadeeld, immers heeft/hebben hij en/of zijn mededaders schapen onverdoofd geslacht en/of niet gefixeerd.
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde:
Gelet op de lengte van de in de tenlastelegging opgenomen pleegperiode (bijna 2 jaren) en het gebruik van het woord "schapen" uitsluitend in de meervoudsvorm, zowel in het eerste als in het tweede deel van het onder 1 ten laste gelegde, in samenhang beschouwd met het dossier en het requisitoir van de advocaat-generaal, gaat het hof ervan uit dat de steller van de tenlastelegging telkens ondubbelzinnig heeft bedoeld ten laste te leggen dat verdachte, in genoemde pleegperiode op verschillende data met andere in het dossier voorkomende verdachten betrokken is geweest bij het slachten van schapen op het bedrijf van [bedrijf] te [plaats]. Het hof acht slechts bewezen dat verdachte op één datum in de ten laste gelegde pleegperiode bij het slachten van één schaap betrokken is geweest met een ander dan een van de in het dossier voorkomende verdachten. Zodanige bewezenverklaring levert naar het oordeel van het hof een ontoelaatbare grondslagverlating op. Gelet op het vorenstaande acht het hof het onder 1 ten laste gelegde niet bewezen, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.
met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde:
Het hof acht niet bewezen dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft
(mede-)gepleegd, zodat verdachte van dit feit behoort te worden vrijgesproken.
met betrekking tot het onder 3 ten laste gelegde:
Het hiervoor overwogene met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde geldt ook voor het onder 3 ten laste gelegde. Derhalve acht het hof evenmin het onder 3 ten laste gelegde bewezen, zodat ook daarvan vrijspraak dient te volgen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door
mr. W.M. van Schuijlenburg, voorzitter,
mr. O. Anjewierden en mr. E. de Witt, raadsheren,
in tegenwoordigheid van G.A. Boersma, griffier,
en op 11 december 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.